donderdag 5 november 2009

To blog or not to blog?

Ene Andrew Sullivan schreef in 2008 een lange tekst over bloggen: "Why I Blog". Ik word geacht om die te lezen en er vervolgens iets over te schrijven.

Acht bladzijden versgedrukt papier lachen mij toe. Ik besluit om de man eerst door google te halen, kwestie van goed voorbereid aan het lezen te beginnen.

Goed gestoffeerde pagina op wikipedia. "Sullivan is known for his distinctive personal-political identity. He is gay, conservative and a Roman Catholic." Faut le faire. Vooral politieke onderwerpen houden hem bezig.

Ik kom uiteindelijk terecht op zijn blog, die "The Daily Dish" heet. Stevige dagschotel, zo blijkt. Mijn oog valt op een van de 57 (!) berichten die hij op 30 oktober heeft geplaatst. President Obama heeft vorige week beslist dat seropositieve buitenlanders terug welkom zijn in de VS. Een inreisverbod voor HIV-patiënten bestond al sinds 1987, maar werd nu dus opgeheven. Sullivan is zelf seropositief en Obama's besluit zal zijn leven een stuk eenvoudiger maken. Hij getuigt op zijn blog:
For me, it is the end of 16 years of profound insecurity. Like many others, my application for permanent residence and citizenship can go forward. And I will be able to see my family again in England and know that my HIV will not force me to choose between my husband and the country I have come to call my home. There is no price to be put on that.
Met dit bericht illustreert Andrew Sullivan alvast een belangrijk verschil tussen bloggen en klassieke journalistiek. Het eerste is veel persoonlijker. De aanslagen in New York, het uitbreken van de oorlog in Irak en de dood van de paus, Sullivan heeft elk van deze historische momenten in real time meegemaakt op zijn blog.  Hij voegt daaraan toe dat "there is simply no way to write about them in real time without revealing a huge amount about yourself". Die persoonlijke touch biedt volgens mij een belangrijke meerwaarde.

Een nieuwsfeit kan een aanleiding zijn voor bloggers om hun mening te ventileren, in discussie te gaan of een persoonlijk inzicht te delen. Denk bijvoorbeeld aan Iraanse bloggers en microbloggers die de toestand in hun land online met elkaar bespreken. Ook Sullivans ontroerende getuigenis gaat  verder dan een droog nieuwsbericht over Obama's beslissing. In een uitzonderlijk geval maakt een blogger ook zélf nieuws, zoals toen een Nederlandse blogster een Belgische minister over de vloer kreeg in een café in New York. Een brede waaier aan opinies, debatten en getuigenissen wordt dankzij de blogs erg bereikbaar voor iedereen met een internetaansluiting. Dat is een fantastisch verrijking.

Als lezer moet je natuurlijk wel zelf de weg zien te vinden naar de juiste blog. Het zijn de bloggers zelf die ons daarbij helpen, door naar elkaar te linken. Autoriteiten in de blogwereld komen bovendrijven omdat hun collega's daarvoor zorgen. "The reason this open-source market of thinking and writing has such potential is that the always adjusting and evolving collective mind can rapidly filter out bad arguments and bad ideas." Dat heeft Sullivan goed gezien.

dinsdag 3 november 2009

Leve de vrijheid van de lezer

De Britse auteur Andrew Sullivan wordt vaak gezien als een pionier in de politieke weblog journalistiek. In november 2008 schreef hij een essay over bloggen in het tijdschrijft The Atlantic: Why I blog. Iets in de zin van "Moeder waarom bloggen wij, waarom blog ik?"

Waar Andrew Sullivans essay mij deed bij stilstaan, was hoe revolutionair de opkomst van het bloggen wel geweest is, toch vooral in de ogen van zij die wanhopig verlangen naar de publicatie van hun schrijfsels. Zoals Sullivan zelf aangeeft: “Every writer since the printing press has longed for a means to publish himself and reach—instantly—any reader on Earth. Every professional writer has paid some dues waiting for an editor’s nod, or enduring a publisher’s incompetence, or being ground to literary dust by a legion of fact-checkers and copy editors. […] But with one click of the Publish Now button, all these troubles evaporated.” Bloggen betekent vrijheid voor schrijvers. Gelukkig is er ook een grote vrijheid voor de lezer, denk ik dan.

Want zou het in sommige gevallen niet veel beter zijn dat bepaalde stukken eerst door een selectiemachine moeten? Eerst en vooral omdat een blogpost een “spontaneous expression of instant thought” is. Voor je het weet, heb je in een opwelling een stuk gepost, dat je al zou willen wissen van zodra je op de ‘Publish Now button’ geklikt hebt.

Ook de kwaliteit van veel blogs laat te wensen over. Tegenwoordig moet je over alles en iedereen een mening hebben. Velen voelen dan ook nog eens de drang om die mening met de hele wereld te delen, bijvoorbeeld via hun eigen blog. Eerlijk? Ik voel niet altijd de behoefte om over alles en nog wat een mening te hebben, laat staan dat ik dan nog eens de meningen van al die andere mensen zou moeten lezen. Volgens Sullivan leunt de blog nog het dichtste aan bij het genre van het dagboek. Op een blog gaat het al gauw over jezelf, bekent Sullivan. Er komen al vlug persoonlijke zaken op te staan. Laat ik nu over het algemeen niet echt geïnteresseerd zijn in het dagboek van de gemiddelde blogger. En zij van wie ik het wel zou willen lezen, wel, die posten het meestal niet online.

Gelukkig dus dat ook de vrijheid van de lezer groot is op het wereldwijde web. Bij een boek of tijdschrift kan het zijn dat je je de aankoop serieus beklaagt, maar op het internet kan je eenvoudig wegklikken als je iets niet wil lezen. Of je kan als lezer, moest je daar zin in hebben, nog altijd een vlammende reactie posten, of een e-mail sturen naar de schrijver.

Tip voor Advocaat

Na een hoopvolle prestatie thuis tegen Turkije enkele weken geleden, lieten onze Rode Duivels het een paar dagen later onmiddellijk terug afweten in Estland. Ook Dick Advocaat bleek geen mirakelman te zijn. Vele voetballiefhebbers waren er nochtans van overtuigd dat hij voor een kentering zou kunnen zorgen. Blijkbaar heeft Advocaat meer tijd nodig om de ploeg naar zijn hand te zetten. Of had hij het tijdens de wedstrijd in Estland anders moeten aanpakken?

Bezorgd als wij zijn over onze Rode Duivels, gingen we over de grens kijken hoe coaches het daar doen. In Oostenrijk stootten we op een interessant voorbeeld, weliswaar met een handbalcoach in de hoofdrol.

Tijdens een Europese vrouwenhandbalwedstrijd tussen het Oostenrijkse Niederösterreich en het Franse Metz zorgde de coach van de Oostenrijkers, Gunnar Prokop, voor opschudding. In de slotseconden, bij een gelijke stand, startte Metz nog een laatste tegenaanval op. Prokop vond er niets beter op dan in het veld te stappen en de speelster onderuit te lopen.


Die grijns op zijn gezicht gezien?
Een rode kaart voor de coach was het gevolg, maar ondertussen was hij wel in zijn opzet geslaagd. De wedstrijd was afgelopen en zijn team had niet verloren.

Een paar dagen later kwam Prokop tot inkeer en nam hij ontslag. Onder zijn leiding wonnen de dames van Niederösterreich maar liefst acht Champions League-titels.

Gezien Dick Advocaat?

(Bron: Sporza.be en AD.nl)

maandag 2 november 2009

Holland - België

Wanneer straks, ooit, misschien, het Verdrag van Lissabon goedgekeurd wordt, komt er voor het eerst in de geschiedenis een President van Europa. De afgelopen weken werden al de meest uiteenlopende namen van Europese premiers of ex-premiers genoemd om de prestigieuze functie op zich te nemen. De Luxemburger Juncker en de Britse Tony Blair gaven openlijk toe dat ze de titel wel zagen zitten. Hoewel die laatste weinig kans lijkt te maken: iets te nadrukkelijk gesolliciteerd en niet bepaald afkomstig uit een Europa - minnend land.

Naast Juncker worden in alle subtiliteit nog twee namen naar voor geschoven: de Nederlandse premier Jan Peter Balkenende en Herman Van Rompuy. Twee premiers die allebei zelf zeggen dat ze geen kandidaat zijn. Een goeie zet, want wie zichzelf nadrukkelijk kandidaat stelt, maakt meestal geen schijn van kans. Geen kandidaat, wel kanshebber, titelt De Standaard.

Het wordt dus een ouderwetse Holland – België. Wie het haalt is moeilijk te zeggen voorlopig. Eigenlijk lijken de twee best wel op elkaar. Allebei serieuze mensen, of stijve harken voor wie het wil. Niet op uitspattingen of straffe uitspraken te betrappen; rustige standvastigheid zeg maar. Tot voor kort hadden de twee zich in hun onderlinge strijd beperkt tot het om ter hardst ontkennen van hun kandidatuur.

Maar Balkenende schakelde onlangs een versnelling hoger. In het Nederlandse tv-programma Pauw en Witteman (30 oktober) werd een filmpje getoond van een hossende premier. Bij een optreden van Frans Bauer op een feestje in Rotterdam, nodigde de schlagerzanger de eerste man van het land uit op het podium. Balkenende sloot zich aan bij de polonaise en trok nietsvermoedende toeschouwers het podium op.



Mijn indruk? Een stijve hark blijft een hark, ook al host hij voortaan naar elke Europese top in polonaise. Het filmpje is intussen een ware hit op youtube en gaat zo Europa rond. Balkenende, de ware president van Europa?

Dan doet onze premier beter. In eigen land was hij al gekend voor zijn dichtkunsten, maar vorige donderdag liet de eerste minister ook een haiku op Europa los. Aanleiding was de voorstelling van het logo van het trio-voorzitterschap (België, Spanje en Hongarije) van de EU.

Drie golven
rollen samen de haven binnen
het trio is thuis

Stijlvoller, niet?